Als a.s.r. vermogensbeheer vragen we bedrijven waarin we beleggen en die kiezen voor- of voornemens zijn om op grote schaal gebruik te maken van biobrandstoffen om in plaats daarvan te kiezen voor hernieuwbare elektriciteit of groene waterstof, als dat kan. In andere woorden: wij kiezen voor ‘bio’ boven ‘biobrandstof’. Dit omdat de emissies en ecologische effecten van bepaalde typen biobrandstoffen, wanneer de volledige keten wordt meegenomen, niet vanzelfsprekend lager zijn dan die van fossiele alternatieven en in sommige gevallen zelfs hoger kunnen uitvallen. In dit blog lichten we dit nader toe.
Elektrische oplossingen
De grootste beweging binnen de energietransitie is van fossiele brandstoffen naar elektrische oplossingen. Met name wanneer deze elektriciteit duurzaam kan worden opgewekt neemt de uitstoot van broeikasgasemissies drastisch af. Dit is echter niet altijd (op korte termijn) mogelijk. Bijvoorbeeld omdat de technologische oplossing nog niet beschikbaar of niet concurrerend genoeg is én omdat groene elektriciteit niet altijd beschikbaar is in de huidige energiemix.
Biobrandstoffen
Daarom wordt soms gekozen voor het gebruik van biobrandstoffen. Een voorbeeld hiervan voor huishoudens is het gebruik van groen- in plaats van aardgas. In het bedrijfsleven worden biobrandstoffen met name gebruikt voor zwaar transport, zoals de scheepvaart en het wegvervoer. Hierbij kan de uitstoot in absolute zin afnemen, zoals bij bio-CNG (‘groengas’) dat grofweg 95% lagere verbrandingsemissies (‘Tank-To-Wheel’) heeft dan reguliere CNG (geproduceerd uit aardgas ; o.b.v. CO2emissiefactoren.nl, de Nederlandse standaardlijst voor broeikasgasemissiefactoren beheert door Rijkswaterstaat en Stichting Stimular).
Impact in de keten
Waar echter vaak geen rekening mee wordt gehouden is de impact van biobrandstoffen eerder in de keten. Biobrandstoffen worden namelijk vaak geproduceerd uit gewassen zoals palmolie, mais of tarwe. Deze gewassen dienen ook als voedsel, voor mens of dier, en vragen dus om extra landbouwgrond die vaak ten koste gaat van natuur en biodiversiteit, onder andere door het gebruik van monoculturen, kunstmest en waterstress. Wanneer ook de emissies uit teelt en eventuele landgebruiksverandering worden meegerekend, komen de totale emissies van bepaalde biobrandstoffen bovendien dicht in de buurt van die van fossiele brandstoffen en vallen in sommige gevallen zelfs hoger uit.
In dialoog
Als actieve aandeelhouder gaan wij in dialoog met bedrijven waarin we beleggen en die kiezen voor- of voornemens zijn om op grote schaal gebruik te maken van biobrandstoffen om hen te vragen om haalbaar alternatieven voor biobrandstoffen toe te passen zoals elektrificatie en groene waterstof. Dit geldt met name voor zogenaamde eerste-generatie biobrandstoffen welk zijn geproduceerd op basis van gewassen (zoals soja en suikerbieten). Tweede (of latere) generatie biobrandstoffen worden doorgaans geproduceerd uit (vergisting van) reststromen of gewassen die bijdragen aan het beter functioneren van het ecosysteem (bijv. algen). Hierbij is ons bezwaar, dat de productie van biobrandstoffen eerder in de keten een grote impact heeft, minder van toepassing.
Lees meer over Klimaatverandering & Energietransitie