07 september 2026 | 5 min. leestijd
Weerbaarheid ≠ duurzaamheid
Voor langetermijnbeleggers zoals wij zijn de perspectieven weerbaarheid en duurzaamheid onmisbaar en dienen ze beide hetzelfde doel: duurzame waardecreatie op de lange termijn.
De Wet toekomst pensioenen (Wtp) beoogt het huidige pensioenstelsel ingrijpend te moderniseren door meer transparantie, een meer op het individu afgestemd beleggingsbeleid en een betere aansluiting bij de arbeidsmarkt en demografie van deze tijd. Binnen de Wtp zijn vijf belangrijke elementen te onderscheiden:
De Toedeling op basis van daadwerkelijke of theoretische rendementen
De toedeling van rendementen kan plaatsvinden op basis van daadwerkelijke of theoretische rendementen. De daadwerkelijke (directe) methode geldt altijd binnen de flexibele premieregeling en is optioneel binnen de solidaire premieregeling. De theoretische (indirecte) methode is gebaseerd op de swapcurve of de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur (RTS) en is uitsluitend mogelijk binnen de solidaire premieregeling. De keuze tussen deze methoden is met name relevant voor oudere deelnemers. Bij toedeling van daadwerkelijke rendementen van de beschermingsportefeuille kunnen resultaten op spreadproducten, zoals hypotheken of inflatiegerelateerde beleggingen, aan deze groep worden toegerekend. Alleen bij toepassing van een theoretisch beschermingsrendement kan een nominaal rendement worden toegekend, afhankelijk van de ontwikkeling van de RTS.
In tegenstelling tot het beschermingsrendement kan het projectierendement worden gebaseerd op de inflatieswapmarkt[1]. Een hoger projectierendement leidt tot een hogere initiële uitkering, omdat de contante waarde van de uitkering lager is. Dit betekent tegelijkertijd dat het individuele vermogen sneller afneemt, waardoor op langere termijn minder ruimte kan ontstaan voor indexatie. Bij een lager, prudent vastgesteld projectierendement is de initiële uitkering lager, maar ontstaat op termijn juist meer ruimte voor mogelijke indexaties.
-----------------------------
[1] Er geldt een maximum bij het vaststellen van het rendement. DNB over de maximale hoogte van het projectierendement: het projectierendement moet zodanig worden vormgegeven dat de mediane uitkering in nominale termen niet dalend is met de leeftijd, waarbij de opslag op de rentetermijnstructuur in het projectierendement niet hoger mag zijn dan 35% van het verschil tussen de risicovrije rente op de ingangsdatum van pensioen en de parameter voor aandelenrendement, zoals opgenomen in artikel 23a, lid 1b, Besluit FTK. Het projectierendement is daarnaast niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor pensioengerechtigden. Tot slot moet het projectierendement aansluiten bij de vastgestelde risicohouding.
07 september 2026 | 5 min. leestijd
Voor langetermijnbeleggers zoals wij zijn de perspectieven weerbaarheid en duurzaamheid onmisbaar en dienen ze beide hetzelfde doel: duurzame waardecreatie op de lange termijn.
07 september 2026 | 1 min. leestijd
Na een matig verlopen juli lieten aandelenbeurzen in augustus een herstel zien, met uitzondering van beursgenoteerd vastgoed. Ondertussen liepen kapitaalmarktrentes verder op.
25 augustus 2026 | 4 min. leestijd
De Health Engagement Alliance (HEAL) die wij samen met VGZ, Achmea en Cardano hebben opgericht, wil een gezonder en betaalbaarder voedselaanbod stimuleren binnen de sector.