Sturen op solvabiliteit onder de Wtp

Sturen op solvabiliteit onder de Wtp

15 april 2026 | 5 min. leestijd

Met de overgang op de Wtp verandert het balansbeheer van pensioenfondsen fundamenteel. In eerdere artikelen hebben we laten zien dat door de overgang van uitkeringsregelingen naar premieregelingen beleggings- en langlevenrisico’s geen effect meer hebben op het eigen vermogen van pensioenfondsen. Hierdoor zal er meer aandacht komen voor de risico’s die wél invloed hebben op het eigen vermogen, zoals operationele en overige verzekeringstechnische risico’s. Op de balans zal er een explicietere scheiding komen tussen het vermogen dat aangehouden wordt voor de deelnemers (de som van de individuele pensioenvermogens plus de solidariteitsreserve) en het vermogen dat het pensioenfonds moet aanhouden als aanbieder van het pensioenproduct (het collectieve fondsvermogen). Deze balansopzet kennen we ook bij verzekeraars. De maatstaf die een centrale rol speelt bij verzekeraars is de solvabiliteitsratio. Het is aannemelijk dat deze ratio ook bij pensioenfondsen een belangrijke rol gaat spelen onder de Wtp. In dit artikel lichten we dit nader toe.

Solvabiliteitsratio

Bij pensioenfondsen denken we al gauw aan de dekkingsgraad als het gaat om solvabiliteit. De dekkingsgraad verliest echter zijn waarde onder de WTP aangezien de verplichtingen meebewegen met de beleggingen (al is er meestal wel sprake van enige demping). De solvabiliteitsratio zoals we die kennen bij verzekeraars (vallend onder het Solvency II regime) kent een andere berekeningsmethodiek. Het is namelijk het aanwezige eigen vermogen gedeeld door het vereist eigen vermogen. Hoewel pensioenfondsen niet onder het Solvency II toezichtregime vallen, sluit de daar gehanteerde solvabiliteitsgedachte, het afzetten van beschikbaar eigen vermogen tegen een vereist minimum, aan bij de wijze waarop onder de Wtp naar buffers voor operationele en verzekeringstechnische risico’s kan worden gekeken. Pensioenfondsen die de overgang maken op de Wtp vormen het eigen vermogen door middel van toedelen van vermogen aan de operationele reserve. De hoogte van deze reserve is gelijk aan het MVEV, het minimum vereist vermogen (veelal 1% van het vermogen), plus een extra buffer om operationele en overige verzekeringstechnische risico’s op te kunnen vangen. Stel, een pensioenfonds heeft bij aanvang een operationele reserve/eigen vermogen van 2% (van het totale vermogen), terwijl het MVEV 1% bedraagt, dan bedraagt de initiële solvabiliteitsratio 200%. 

Wat zegt de solvabiliteitsratio?

De hoogte van deze solvabiliteitsratio geeft een indicatie van de mate waarin het pensioenfonds als uitvoerder van het pensioenproduct financiële tegenvallers in de bedrijfsvoering kan opvangen, zonder dat dit direct doorwerkt naar deelnemers. Eventuele tekorten in het eigen vermogen van het pensioenfonds kunnen immers niet opgevangen worden door externe financiering (van bijvoorbeeld aandeelhouders), maar komen ten laste van de deelnemers. Dat kan in de vorm van een premieverhoging of zelfs korting op de pensioenvermogens. Deelnemers willen dus het liefst bij een pensioenfonds aangesloten zijn met een voldoende hoge solvabiliteit.

Daarnaast is de verandering van de solvabiliteitsratio interessant. Veranderingen in het eigen vermogen ontstaan o.a. door:

  • Een verschil tussen de doorrekening van de kosten en de risico’s via de opslag op de pensioenpremie en de daadwerkelijke kosten die het pensioenfonds maakt (dus een verkeerde inschatting van de ‘verkoopprijs’);
  • (Niet afgedekte) veranderingen in de contante waarde van de kostenvoorzieningen (zoals die van excasso, premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid, ongeclaimde pensioenen, etc.) door aanpassingen in de (actuariële) aannames en renteveranderingen;
  • Resultaat op terugwerkende kracht mutaties in de administratie (bijvoorbeeld door fouten);
  • Resultaat op te late betalingen door werkgevers (assumed vs actual payment);
  • Overige kosten (zoals juridische claims, debiteurenrisico’s, etc.).

Pensioenfondsbestuurders zullen al deze risico’s in kaart moeten brengen (bijvoorbeeld via scenario-analyses) en de risico’s zoveel als mogelijk afdekken door bijvoorbeeld herverzekering, afdekking van financiële risico’s (bijvoorbeeld renterisico) via het fondsvermogen en het aanscherpen van (het risicobeheer van) de operationele uitvoering. En waar risico’s resteren zal een voldoende hoge buffer aangehouden moeten worden om te voorkomen dat het eigen vermogen onder het minimum vereiste niveau zakt. Onder het FTK vielen al deze risico’s in het niet ten opzichte van de risico’s op de financiële markten en langlevenrisico’s. Bestuurders konden zich makkelijk verschuilen achter deze exogene ontwikkelingen als de dekkingsgraad onder kritische niveaus zakten. Die tijd is voorbij: onder de Wtp zal een verslechtering van de solvabiliteitspositie vaker samenhangen met keuzes en beheersing binnen de bedrijfsvoering.

Vergelijking tussen pensioenaanbieders

Net zoals we verzekeraars kunnen vergelijken op basis van bijvoorbeeld kostenniveau (hoogte premie), kredietwaardigheid (solvabiliteit) en niveau van dienstverlening (klanttevredenheid), zullen we dat ook steeds meer gaan doen bij pensioenfondsen. Als pensioenfondsbestuurder heb je iets uit te leggen indien jouw pensioenproduct (structureel) duurder is, de solvabiliteit onder druk staat en/of als de klant niet tevreden is over de prestaties van het pensioenfonds (bijvoorbeeld als het gaat om communicatie). Met premieregelingen onder Wtp wordt het relatief makkelijker dan onder het FTK om pensioenvermogens over te dragen aan een andere pensioenaanbieder, zoals een ander pensioenfonds, algemeen pensioenfonds (apf), premiepensioeninstelling (ppi) of verzekeraar (bijvoorbeeld via een buy in/out). De pensioenaanbieders die op bovenstaande kpi’s het beste scoren zullen als een magneet werken in de verdere consolidatie binnen de pensioenwereld.

Samenvatting en conclusies

Pensioenfondsen hebben twee belangrijke doelen: 1) het ontwikkelen van een ‘best in class’ pensioenproduct (aansluitend op de risicobereidheid, randvoorwaarden en investment beliefs van het pensioenfonds en zijn deelnemers) en 2) een beheerste en kostenefficiënte bedrijfsvoering. Het tweede doel werkt onder de Wtp direct door in de solvabiliteit van het pensioenfonds; de resultaten worden niet meer overschaduwd door bewegingen op financiële markten. De solvabiliteitsratio wordt één van de nieuwe graadmetergraadmeters van het pensioenfonds.

  • Wet toekomst pensioenen

Auteur(s)

Dit is een foto van {0}.

Stefan Ormel

Client Solutions Manager

Stefan is expert op het gebied van ontwikkeling en beheer van (pensioen)beleggingsproducten.

Neem contact op