Na een maandenlange opbouw van een Amerikaanse oorlogsvloot in de Caraïbische Zee, volgde op 3 januari een voorlopige ontknoping met de arrestatie en ontvoering van de president van Venezuela, Nicolas Maduro. Afgaande op de eerste reactie van financiële markten is dit voor beleggers een ‘non-item’. Is dat terecht?
Financiële markten, inclusief de oliemarkt, niet onder de indruk van ‘Caracas kidnapping’
Afgaande op de positie van Venezuela in de wereldeconomie is de ‘niets aan de hand’-houding van financiële markten begrijpelijk. Ooit was Venezuela het rijkste land in Zuid-Amerika, met rond 1960 nog een BBP per hoofd van de bevolking vergelijkbaar met dat van Frankrijk. Na jaren van economisch wanbeleid en internationale sancties behoort Venezuela inmiddels echter tot de groep landen met een ruimschoots beneden gemiddelde levensstandaard. Op basis van koopkracht per inwoner staat Venezuela rond tweederde van de ranglijst van alle landen, lager dan bijvoorbeeld Djibouti of Angola. Alleen vanuit dat perspectief bekeken, is de invloed van Venezuela op de wereldeconomie dus beperkt.
Opvallender is dat ook de oliemarkt nauwelijks reageerde op de verwikkelingen rond Venezuela, in ieder geval in eerste instantie. Wereldwijd heeft Venezuela de grootste hoeveelheid vastgestelde oliereserves, maar dat wil niet zeggen dat het ook tot de grootste olieproducenten behoort. Op de ranglijst van olieproducerende landen komt Venezuela (in een ver verleden mede-oprichter van OPEC) nu niet meer verder dan een 18e plek. Dit komt mede doordat de ‘zware’ Venezolaanse olie relatief moeilijk is op te pompen en te verwerken, maar ook hier geldt dat vooral wanbeleid, corruptie en internationale sancties het land parten spelen.
In theorie zou een ‘overname’ van de Venezolaanse olie-industrie door Amerikaanse oliebedrijven, zoals president Trump die voor zich ziet, tot een hogere olieproductie kunnen bijdragen, maar de kans daarop lijkt in de praktijk niet heel groot. Eerst zullen die Amerikaanse oliebedrijven dan fors moeten investeren in Venezuela, en de vraag is of die investeringen ooit kunnen worden terugverdiend. De prijs van ruwe olie is de afgelopen jaren gehalveerd van ruim 120 dollar per vat (direct na de inval van Rusland in Oekraïne in 2022) tot iets meer dan 60 dollar. Bij deze prijs is veel olieproductie (zoals dat van Amerikaanse ‘schalie’-olie) al niet of nauwelijks rendabel.
De verwachting is dat ook in de nabije toekomst het aanbod van olie de vraag ruimschoots zal blijven overtreffen, zodat nog meer olie oppompen in ieder geval op dit moment een weinig zinvolle activiteit lijkt. Daarnaast wegen oliebedrijven ook altijd ‘politiek risico’ mee in hun investeringsbeslissingen, en dat lijkt in het geval van Venezuela met het oppakken van Maduro (maar ook het voorlopig aanblijven van de rest van het zittende regime) eerder groter dan kleiner geworden.
Indirect kan invloed op termijn wel gevoeld gaan worden, ook op financiële markten
Hoewel de directe invloed van het Amerikaanse optreden in Venezuela op financiële markten dus beperkt is, kan dat op langere termijn anders uitpakken. De nachtelijke ‘Caracas kidnapping’ lijkt een eerste praktische uitwerking van de onlangs verschenen ‘National Security Strategy (NSS)’ van de regering-Trump. Onderdeel van deze nieuw geformuleerde strategie is dat de VS zichzelf beschouwt als de dominante speler in de hele ‘Americas-regio’, van Groenland tot Vuurland. Daarmee is de NSS in feite een opgevoerde versie van de aloude ‘Monroe-doctrine’. Dit kan dus blijkbaar ook inhouden dat de VS de macht overneemt in andere landen in de regio, zoals president Trump aankondigde in zijn eerste toespraak na de actie in Venezuela. Wat hij daarbij precies voor ogen heeft, bleef onduidelijk, maar in ieder geval werd het signaal wel opgepikt in Denemarken, dat zijn positie in Groenland bedreigd ziet. Te verwachten valt dat NAVO-bondgenoot (en EU-lid) Denemarken een eventuele Amerikaanse machtsovername van Groenland niet zonder slag of stoot zal accepteren.
Daarnaast is het ingrijpen van de VS in Venezuela vanuit het perspectief van internationaal recht (en overigens ook van de Amerikaanse grondwet) discutabel. Andere grote ‘spelers’ zullen dit mogelijk aangrijpen als rechtvaardiging van acties in hun eigen ‘achtertuin’, zoals China ten opzichte van Taiwan en Rusland ten opzichte van Oekraïne en andere voormalige Sovjet- (of zelfs Warschaupact-) landen. Meer positieve interpretaties van de recente verwikkelingen in Venezuela zijn natuurlijk ook mogelijk, zoals de kans dat Venezuela zich eindelijk kan ontworstelen aan het tijdperk-Chavez/Maduro of dat het oppompen van meer Venezolaanse olie de olieprijs nog verder drukt. Dit zou gunstig zijn voor olie-consumerende landen (zoals de meeste landen in Europa), maar zou ook bijvoorbeeld Rusland in dusdanig grote economische problemen kunnen brengen dat het een einde van de oorlog in Oekraïne waarschijnlijker maakt.
Conclusie
Positief of negatief, één conclusie lijkt wel gerechtvaardigd: de toch al bovengemiddeld hoge geopolitieke risico’s zijn met het Amerikaanse optreden in Venezuela eerder toe- dan afgenomen, en dat kan op termijn ook zijn weerslag hebben op financiële markten. Wanneer en hoe blijft lastig te voorspellen, maar het lijkt voor beleggers in ieder geval verstandig rekening te houden met toekomstige verhoogde volatiliteit op financiële markten.