waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen juni 2017

geplaatst op 04-07-2017 door Ronald

In juni zijn de rentes op Duitse staatsobligaties gestegen. De 5-jaars rente is het meest opgelopen (met 21 basispunten tot -0,22%). In de andere kernlanden van de eurozone zoals Nederland en Oostenrijk en ook in de semi-kernlanden België, Frankrijk en Ierland was de stijging met 13 tot 18 basispunten beperkter dan in Duitsland. In de perifere landen zijn de rentes juist gedaald. Dit varieerde van 3 basispunten in Spanje tot 13 basispunten in Portugal en 67 in Griekenland.

Minnen voor aandelen

Per saldo behaalden euro-staatsobligaties de afgelopen maand een rendement van -0,5%. Investment grade bedrijfsobligaties kenden met -0,6% een vergelijkbaar rendement. High yield obligaties scoorden een plus van 0,2%. In dollars gemeten bedroeg het rendement van de MSCI Wereld Aandelenindex 0,4%. Omdat de dollar ten opzichte van de euro met 1,6% in waarde daalde, was het rendement in euro’s -1,2%. Europese aandelen behaalden een rendement van -2,5%. Europese onroerend goedaandelen eindigde de maand 3,1% lager. Azië was met een rendement in euro’s van 0,0% de best presterende aandelenregio.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

Tegenvallers in de VS

De Amerikaanse economie lijkt wat af te koelen. Diverse economische cijfers waren zwakker dan verwacht, zoals de industriële productie, de detailhandelsverkopen, de autoverkopen, de constructiebestedingen, de orders voor duurzame productiegoederen en de werkgelegenheid. Het consumentenvertrouwen, de inkoopmanagersindex van de industrie, de persoonlijke inkomens en de huizenverkopen kwamen juist boven verwachting uit. De inflatie was met 1,9% op jaarbasis lager dan verwacht. Het IMF verlaagde het de groeivooruitzichten voor de VS met als hoofdreden de politieke onzekerheden en gaf aan de doelstelling 3% per jaar van president Trump onrealistisch te vinden. De Federal Reserve verhoogde de rente met 0,25 procentpunt tot 1-1,25%, waarbij er een additionele verhoging in 2017 en daarna nog twee in 2018 worden voorzien. De beleidsmakers achtten de lagere inflatie van de laatste maanden van voorbijgaande aard. Ze gaven aan de centrale bankbalans te willen verkleinen en daarmee ‘relatief snel’ te gaan beginnen.

Goede cijfers in de eurozone

Net als in de vorige maanden waren de meeste economische cijfers in de eurozone relatief sterk. Zo kwamen de detailhandelsverkopen, het consumentenvertrouwen en het ondernemersvertrouwen hoger uit dan was verwacht. Ook werd het groeicijfer van het BBP naar boven toe bijgesteld tot 1,9% op jaarbasis. De industriële productie was conform verwachting. De inflatie nam minder dan verwacht af tot 1,3% jaar-op-jaar. De kerninflatie, zonder voedsel- en energiecomponenten, steeg tot 1,1%. De ECB besloot tijdens haar vergadering van begin juni het rente- en opkoopbeleid ongewijzigd te laten. Wel hield het beleidscomité niet langer de mogelijkheid open de rente verder te verlagen. De rente zal echter nog lang op het huidige niveau kunnen blijven. Renteverhogingen zijn pas aan de orde ver na de horizon van het obligatie-opkoopprogramma (QE), aldus de beleidsmakers. Wat betreft QE meldde de ECB dat het programma tot eind december 2017 of langer zal duren en dat de omvang eventueel vergroot kan worden. De centrale bank verhoogde de voorspelling voor de economische groei en verlaagde die voor de inflatie. De risico’s zijn nu in balans, waar voorheen het neerwaartse risico voor de groei hoger werd ingeschat. Aan het eind van het maand verraste voorzitter Draghi de financiële markten met opmerkingen die mogelijk wijzen op een naderend einde van het zeer ruime monetaire beleid. Tijdens een ECB-forum in Portugal vertelde hij dat alle signalen wijzen op een versterking en verbreding van het economische herstel, dat deflatoire krachten zijn vervangen door reflatoire en dat de factoren die de inflatie drukken vooral tijdelijk zijn. Een dag later, nadat de eurorentes aanzienlijk waren gestegen, meldden bronnen binnen de ECB dat Draghi's woorden verkeerd waren geïnterpreteerd en de boodschap meer gebalanceerd was bedoeld. Gedurende de maand zorgden de relatief sterkere cijfers in de eurozone en de anticipatie op een krapper beleid van de ECB voor een stijging van de euro ten opzichte van de dollar van een kleine 2%.

Problemen in het VK

In het Verenigd Koninkrijk lijkt de Brexit negatief uit te pakken voor de economie. De meeste macrodata vielen in juni tegen. De groei van de industriële productie was negatief en de ook consumentenbestedingen daalden. De inflatie steeg tot het hoogste niveau in vier jaar tijd. De Conservatieve Partij van May verloor bij de verkiezingen de meerderheid in het parlement. De positie van de premier werd verder verzwakt door haar publieke optreden na de Londense flatbrand. De Bank of England liet de rente ongewijzigd, maar drie van de acht leden van het Monetary Policy Committee stemden voor een verhoging. Voorzitter Carney was tegen een renteaanpassing. Later in de maand meldde hij echter dat het weghalen van een deel van de monetaire stimulus waarschijnlijk nodig zal worden, gegeven de oplopende inflatie.

Vive l’Europe!

In Frankrijk heeft de Europa gezinde Macron, na eerder president te zijn geworden, met een grote meerderheid de parlementsverkiezingen gewonnen. Ondanks een lage opkomst heeft hij daarmee een mandaat van de kiezer gekregen om de nodige hervormingen door te voeren.
Griekenland en de EU werden het eens over een verdere noodsteun van EUR 8,5 miljard. Een akkoord over eventuele schuldsanering werd naar volgend jaar geschoven. De Griekse minister van Financiën haastte zich te melden dat hij met een stappenplan zal komen voor een hernieuwde toegang tot de kapitaalmarkt. Slovenië kreeg goed nieuws van de ratingbureaus. Standard & Poor’s verhoogde de rating van het land van A naar A+ en Moody’s kwam met een upgrade voor de belangrijkste Sloveense banken. Een Spaanse en twee Italiaanse banken stonden er heel anders voor en werden ‘afgewikkeld’. Opvallende genoeg gebeurde dat op verschillende manieren. De zogeheten Single Resolution Board van de ECB besloot tot verkoop over te gaan van het noodlijdende Spaanse Banco Popular voor 1 EUR aan Banco Santander. De aandelen en de achtergestelde leningen van de bank werden volledig afgeschreven. Senior obligatie- en depositohouders werden beschermd. In Italië besloten de autoriteiten daarentegen, met goedkeuring van de EU, twee banken met staatssteun te redden. Er werd EUR 17 miljard uitgetrokken voor Banca Polare di Vicenza en Veneto Banca, waarbij een deel van de bezittingen werd overgenomen door het gezondere Banca Intesa. Ook hier kwamen de senior obligatiehouders er goed van af.

Koersontwikkeling in het afgelopen jaar van senior bankobligaties van Banco Popular (boven) en Banca Polare di Vicenza (onder) met een vergelijkbare afloopdatum van begin 2020 – Bron: Bloomberg.