waarmee kunnen
wij u helpen?

marktontwikkelingen december 2016

geplaatst op 12-01-2017 door Ronald

Rentes weer iets gedaald

Na een stijging in oktober en november zijn de rentes op de kapitaalmarkt van de eurozone in december per saldo iets gedaald. Zo ging de Duitse 10-jaars staatsrente met 7 basispunten omlaag (tot 0,21%). De Duitse 2-jaars rente is met 4 basispunten afgenomen en de 30-jaars is gelijk gebleven. Het 5-jaars segment heeft het, met een rentedaling van 10 basispunten, het best gedaan. De creditspreads van financiële waarden zijn over het algemeen gestegen. Zo nam de spread van bankobligaties met een looptijd van 5 jaar met 8 basispunten toe (tot 77 basispunten).

Periferie deed het goed

De meeste andere eurolanden kenden grotere afnames van de 10-jaars rente dan Duitsland. De grootste dalingen werden geboekt in Slovenië, Spanje en, opvallend genoeg, Italië (-17 basispunten). Toen de ergste schrik over de uitkomst van het referendum en de redding van de Banca Monte dei Paschi di Siena voorbij waren zette de Italiaanse rente een daling in. Griekenland (+53 basispunten), Portugal (+5) en Cyprus (-1) waren de underperformers.

Mooie rendementen voor aandelen

Per saldo behaalden staatsobligaties uit de eurozone een rendement van 0,7%. Investment grade bedrijfsobligaties en high yield obligaties scoorden respectievelijk 0,5% en 1,7%. In dollars gemeten bedroeg het rendement van de MSCI Wereld Aandelenindex de afgelopen maand 2,4%. Omdat de dollar ten opzichte van de euro met 0,5% in waarde steeg, was het rendement in euro’s 2,9%. Europese aandelen behaalden met 5,8% een nog beter resultaat. Europa was daarmee de best presterende aandelenregio. Europese onroerend goedaandelen kenden een rendement dat exact even hoog was. Asia Pacific vormde met een rendement van 0,2% de regio met het laagste rendement.

De rendementen van de verschillende beleggingscategorieën waren als volgt:

tabel

Economische data prima

In december wezen de meeste macro-economische data uit de Verenigde Staten en Europa op een sterkere economie en een oplopende inflatie. In beide blokken namen zowel het producenten- als het consumentenvertrouwen meer dan verwacht toe. De werkloosheid daalde tot respectievelijk een 9 en een 7,5 jaars dieptepunt. De Amerikaanse inflatie steeg tot 1,7% op jaarbasis en die in de eurozone tot 1,1%.

ECB en Fed passen hun beleid aan

Volgens de ECB is het deflatiegevaar geweken. De centrale bank liet de rente ongemoeid, maar kondigde wel aanpassingen in het obligatieopkoopprogramma aan. Van maart tot december 2017 gaat zij EUR 60 miljard per maand opkopen. Als de vooruitzichten verslechteren zal er meer worden gedaan. Verder kunnen er nu ook obligaties met een looptijd vanaf een jaar worden gekocht en is de ondergrens van het niveau van de officiële depositorente van -0,4% die bij het aankopen werd gehanteerd komen te vervallen. De Federal Reserve verhoogde begin december haar beleidsrente met 0,25 procentpunt tot 0,50%-0,75%, waarbij de verwachtingen voor de economische groei opwaarts werden bijgesteld. De leden van het beleidscomité voorzagen een verdere daling van de werkloosheid en een hogere inflatie. Ze gaven aan in 2017 drie additionele renteverhogingen te verwachten.

Beleggingsvisie

Nu de Amerikaanse verkiezingen en het Italiaanse referendum zijn geweest en niet tot paniekreacties hebben geleid zal de focus op de financiële markten weer meer op de economische ontwikkelingen en het beleid van centrale banken komen te liggen. De meest recente cijfers uit de Verenigde Staten, Europa en Azië wijzen op een gestaag groeiende economie. Gegeven de gestegen olieprijs en de loonontwikkelingen zal de inflatie naar verwachting verder oplopen. In Europa zal dit, via de importprijzen, worden versterkt door de hogere dollar. In de VS liggen verdere renteverhogingen in het verschiet. Dit geldt in principe ook voor de ECB. Met de laatst genomen maatregelen is dit min of meer bekrachtigd. In het beleidscomité van deze bank heersen echter verschillende opvattingen over het nut en de noodzaak van kwantitatieve verruiming, zeker als de inflatie gaat oplopen. We voorzien dat partijen op de kapitaalmarkt zullen gaan voorsorteren op een minder ruim monetair beleid in de toekomst.

Hoewel technische factoren (trend, vraag/aanbod) aangeven dat een daling van de rente mogelijk is, laten wij de fundamentele factoren die de andere kant op wijzen (waardering, stand van de economie, minder stimulerende centrale banken) vooralsnog zwaarder wegen. We kiezen er daarom voor om in vastrentende portefeuilles de duration (maatstaf voor de rentegevoeligheid) onder het marktgemiddelde te houden. De obligatieportefeuille kan verder tegen mogelijk hogere rentes en inflatie worden beschermd door te beleggen in floating-rate-notes en inflation-linked bonds. Als de beleggingsvoorwaarden het toelaten en een goede verhandelbaarheid minder belangrijk is kunnen daarnaast hypotheken en onderhandse leningen, met hun in verhouding tot het risico hoge rendement, aantrekkelijke alternatieven vormen. Ook kan er eventueel een plaats worden ingeruimd voor spaarproducten met een positieve rente. Alertheid en een zo actief mogelijk durationbeleid blijven hoe dan ook geboden. In de eurozone zal de rentestijging zich waarschijnlijk vooral in het lange stuk van de rentecurve manifesteren. Gegeven de negatieve rentes zijn kortlopende obligaties echter ook niet erg interessant. We hanteren daarom een neutrale positionering op de curve.

De zoektocht naar alternatieven voor staatsobligaties met een lage tot negatieve rente zal in onze ogen een belangrijke drijfveer blijven achter de vraag naar meer risicovolle beleggingscategorieën. We handhaven daarom de vastrentende posities in de periferie van de eurozone. Er zijn probleemgebieden, zoals de Italiaanse bankensector en er blijven politieke risico’s, maar met de ECB in de ‘whatever it takes’ modus zal de perifere obligatiemarkt ondersteuning blijven vinden. We zijn daarnaast nog steeds positief over investment grade bedrijfsobligaties (credits) en high yield. Binnen credits vinden we financials aantrekkelijker geprijsd dan corporates, die als gevolg van het feit dat ze door de ECB worden opgekocht relatief duur zijn geworden.

In een omgeving van lage rentes, met de ECB als opkoper van assets en beleggers die op zoek zijn naar rendement, gevoegd bij een economie die gestaag groeit, past binnen een gemengde portefeuille een allocatie naar zakelijke waarden. Nu ‘event risks’ als het Italiaanse referendum en de Amerikaanse verkiezingen achter ons liggen en de markten het presidentschap van Trump als een aanjager van de economische groei zien is een neutrale weging van aandelen in onze ogen niet langer opportuun. Aandelen zijn wat betreft de koers/winstverhoudingen gemiddeld genomen niet aantrekkelijk gewaardeerd, maar obligaties zijn naar verhouding nog duurder. Een deel van de middelen die naar aandelen gaat wordt gefinancierd door de overweging in beursgenoteerd vastgoed te verminderen. Met de stijging van de rente zijn onroerend goedaandelen in een andere fase van de cyclus beland, waarbij de koersen minder zijn gecorreleerd met ‘gewone’ aandelen en meer met obligaties (als de rente stijgt en obligatiekoersen dalen, dalen de prijzen van onroerend goedaandelen). In de asset mix blijven we onderwogen in vastrentende waarden.