waarmee kunnen
wij u helpen?

Een week voor de geschiedenisboekjes!

geplaatst op 05-04-2017 door Iwan

In toekomstige geschiedenisboeken zal de laatste week van maart 2017 ongetwijfeld een plek krijgen in het hoofdstuk ‘Europese Unie’. Niet zozeer vanwege het feestje ter gelegenheid van ‘60 jaar Verdrag van Rome’ op 25 maart, maar vooral vanwege de formele aankondiging van premier Theresa May op 29 maart dat het Verenigd Koninkrijk voornemens is om de Europese Unie te verlaten. Na 60 jaar van uitbreiding, van het ‘Europa van de 6’ in 1957 tot de 28 lidstaten van nu, is het voor het eerst dat een land de Europese Unie wil verlaten. Als we het vertrek van Groenland in 1985 niet meerekenen. Dat is weliswaar ook een eiland, maar daar houdt de vergelijking met het VK wel op. Al was het maar omdat de inwoners van Groenland als onderdanen van het koninkrijk Denemarken nog altijd EU-burgers zijn.



Credits afbeelding: Flickr

1 mijlpaal, of toch 2?

De formele aankondiging van ‘Brexit’ kunnen we als een mijlpaal in de geschiedenis van de EU beschouwen, ook al weten we waarschijnlijk pas over 2 jaar of meer hoe het vertrek van het VK uit de EU vorm zal krijgen. Toch kan ook het ‘Verdrag van Rome’-feestje in de toekomst een mijlpaal voor de EU blijken te zijn geweest. We zullen dat waarschijnlijk op zijn vroegst in de geschiedenisboekjes van 2027 teruglezen. De EU bevindt zich namelijk op een belangrijk scharnierpunt in zijn geschiedenis. Het is niet vanzelfsprekend dat het Europa van de Verbreding (steeds meer lidstaten) en Verdieping (steeds verder gaande integratie, oftewel ‘the ever closer union’) zondermeer kan blijven doorgaan. Zo blijkt uit ‘Brexit’ en uit het toenemend gemor vanuit andere lidstaten (waaronder Nederland). Voor een aantal landen in de ‘wachtkamer’ van de EU is het niet uitgesloten dat ze ergens in de komende 10 jaar lid worden van de EU. Dat geldt met name voor enkele Balkan-landen., Voor Turkije ligt dit een stuk moeilijker, om over Oekraïne en andere voormalige Sovjet-republieken maar te zwijgen.


Van een ‘ever closer union’ naar een ‘Europa van verschillende snelheden’?

Verdere uitbreiding van de EU en de steeds verder gaande integratie binnen de EU worden niet meer zo breed gedragen als voorheen. Daarom laat het op 25 maart gesloten akkoord tussen 27 EU-lidstaten (dus al zonder het VK) ruimte voor een ‘Europa van verschillende snelheden’. Daarbij krijgen lidstaten de ruimte om niet (of op een ander moment) aan te sluiten bij nieuwe EU-wetgeving en beleid. Hoe dit in de praktijk vorm gaat krijgen en of het gaat werken, is net zo onzeker als hoe het ‘Brexit’-proces zal verlopen. In een pessimistisch scenario kan de EU een soort groot speltheoretisch dilemma worden, waarbij het voor elke individuele lidstaat aantrekkelijk kan zijn om steeds voor ‘wel de lusten, maar niet de lasten’ te kiezen, terwijl de EU als geheel daar waarschijnlijk niet beter van zou worden. Daarnaast neemt het risico van afhakers toe, zoals ook het VK ondanks een voorkeursbehandeling (via diverse ‘opt-outs’) uiteindelijk toch besloten heeft de EU te verlaten.

Een meer optimistische zienswijze zou zijn dat deze ontwikkeling een noodzakelijke stap is om de EU toekomstbestendig te maken. Ook om aan de toenemende kritiek op het ‘democratisch tekort’ van de EU tegemoet te komen. Dat de Europese Unie er over 10 jaar heel anders uitziet dan nu, is met een optimistische bril op niet erg. De EU zag er 10 jaar geleden) ook anders uit dan nu. De EU als perpetuum mobile: altijd in beweging, en waarschijnlijk nooit volledig uitontwikkeld.

Hoofdpijn voor Draghi?

Waar het ‘Europa van de verschillende snelheden’ voor de EU wellicht goed kan werken, vormt het voor het voortbestaan van de euro vooral een bedreiging. De euro is mede opgezet vanuit de gedachte dat de deelnemende landen op economisch gebied steeds intensiever zullen samenwerken. en uiteindelijk ook op elkaar gaan lijken. Dat deze gedachte in de praktijk zijn beperkingen heeft, is al tijdens de eurocrisis pijnlijk duidelijk geworden: Griekenland is geen Frankrijk geworden en Italië ook geen Duitsland. Met veel inspanning en extra maatregelen van zowel de eurolanden als de ECB (als belangrijkste hoeder van de euro), is de eurocrisis van 2011-2012 bezworen. Dat wil niet zeggen dat de eurozone als muntunie nu definitief in rustig vaarwater terecht is gekomen. Het opnieuw oplaaien van de eurocrisis, met bijvoorbeeld Griekenland of Italië als aanleiding, valt niet uit te sluiten. In dat geval biedt het motto ‘volle kracht vooruit’ (zoals in feite in 2011-2012) meer perspectief op overleven van de euro dan ‘ieder voor zich, op eigen snelheid’.

De baan van ECB-voorzitter Mario Draghi is er na het ‘Verdrag van Rome’-akkoord van 25 maart 2017 in ieder geval niet makkelijker op geworden. Sinds zijn aantreden in 2011 heeft hij eigenlijk alleen maar tropenjaren meegemaakt en het ziet er niet naar uit dat dat tot het einde van zijn termijn over 2,5 jaar heel anders zal zijn…

Lees hier onze disclaimer