waarmee kunnen
wij u helpen?

Iwans blog Xi Jinping: de nieuwe Mao of de nieuwe Deng Xiaoping?

geplaatst op 30-10-2017 door Iwan

Op 18 oktober is in Peking het 19e partijcongres van de communistische partij van China begonnen. Naar verwachting zal Xi Jinping hier zijn positie bevestigen als machtigste partijleider sinds Voorzitter Mao. Maar slaagt hij er ook in de Chinese economie in goede banen te blijven leiden?

‘De machtigste man ter wereld’…

Sinds zijn aantreden als partijleider in 2012 heeft Xi Jinping zich vooral gericht op consolidatie van de macht van de Chinese communistische partij en versteviging van zijn eigen positie. Onder andere met behulp van een uitgebreid ‘anti-corruptie programma’ heeft hij inmiddels veel lokale partijleiders vervangen door hem meer welgevallige kandidaten. De algemene verwachting is dat Xi het huidige partijcongres zal aangrijpen om zijn machtsbasis verder te verstevigen. Wellicht lukt het hem zelfs om een voorschot te nemen op een derde termijn als partijleider na 2022. Dat zou een breuk betekenen met het recente verleden, waarin China gewend is geraakt aan ‘collectief leiderschap’ en afgebakende ambtstermijnen.

Afgezien van zijn focus op persoonlijk leiderschap en de communistische partij, heeft Xi ook meer dan zijn voorgangers aandacht voor de positie van China in de wereld. Zo manifesteerde hij zich eerder dit jaar op het World Economic Forum in Davos als een voorvechter van globalisering, waar die rol eerder toch meestal gespeeld werd door leiders van het ‘Vrije Westen’. Daarmee is hij nu niet alleen de machtigste leider van de Chinese communistische partij sinds Voorzitter Mao, maar volgens tijdschrift The Economist zelfs ‘de machtigste man ter wereld’. Dit natuurlijk wel vooral ook met dank aan de beperkte ambities van de huidige Amerikaanse president op het wereldtoneel.

Waar een wil is, is een Weg… en een Gordel

Op economisch gebied is Xi tot nu toe minder uitgesproken geweest dan op politiek gebied. Wat de binnenlandse China economie betreft, lijkt ‘stabiliteit’ voor Xi het centrale thema. Tot nu toe is hij er in ieder geval op het oog ook redelijk in geslaagd om voor stabiliteit te zorgen. De economische groei is de afgelopen jaren weliswaar afgenomen van circa 8% bij zijn aantreden in 2012 naar minder dan 7% nu, maar dat is wel volledig conform plan. Een ‘harde landing’ van de Chinese economie, waar begin 2016 nog voor werd gevreesd, heeft zich niet voorgedaan. Ook het leeglopen van de Chinese aandelenbubbel in 2015 lijkt de Chinese economie nauwelijks gedeerd te hebben.

Internationaal heeft Xi zich op economisch vlak meer ambitieus betoond, niet alleen met zijn speech op het World Economic Forum, maar meer concreet vooral met zijn ‘Belt and Road’- (‘Gordel en Weg’-) initiatief. Dit initiatief betreft een uitgebreid programma van infrastructuur-investeringen, vooral gericht op het verbinden van China met Europa, zowel over land (de ‘gordel’, hoofdzakelijk via Centraal-Azië), als over zee (de ‘weg’, via o.a. de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan). Tot nu toe heeft dit programma nog niet veel zichtbare resultaten opgeleverd, alhoewel in 2015 al wel de eerste trein vanuit Oost-China naar Rotterdam is gereisd en inmiddels eerder dit jaar ook naar Londen. Deze treinreis lijkt nog niet heel efficiënt, alleen al vanwege de verschillende spoorbreedtes tussen China en West-Europa, maar dit kan met flinke investeringen natuurlijk snel veranderen.

‘Belt and Road’: een nieuwe Zijderoute of een nieuwe Great Game?

Bij de potentiële deelnemende landen brengt Xi zijn ‘Belt and Road’-programma aan de man als de Nieuwe Zijderoute, waarschijnlijk vanwege de associaties die dat oproept met Marco Polo, karavanserais en illustere steden als Samarkand en Buchara. Een andere, wellicht minder romantische maar wel meer realistische, historische associatie is die met de Great Game, de strijd om de macht in Centraal-Azië en het Indiase subcontinent tussen Rusland en Engeland in de 19e eeuw. In de hedendaagse variant lijkt de rol van Engeland daarbij overgenomen door China, met bijrollen voor de VS en de Europese Unie.

Voor de Centraal- en Zuid-Aziatische landen biedt de Chinese investeringsbereidheid het perspectief van economische ontwikkeling, zoals dat al langer geldt voor de grondstoffenrijke landen in Afrika, waar China inmiddels de grootste buitenlandse investeerder is. Op zich heeft Xi Jinping gelijk dat de wereldeconomie baat heeft bij meer investeringen en dan met name in betere infrastructuur. De vraag is echter of de wereldeconomie er ook baat bij heeft dat deze investeringen voornamelijk door China gefinancierd worden. De groei van de Chinese economie is de afgelopen jaren al in toenemende mate op krediet gekocht. Het risico is dan ook zeker niet denkbeeldig dat China op enig moment tijdens de tweede termijn van Xi Jinping als partijleider, dat wil zeggen in de komende vijf jaar, een kredietcrisis zal doormaken zoals de Westerse wereld die nu tien jaar geleden doormaakte.

Xi Jinping: wat meer Deng Xiaoping, en wat minder Mao Zedong?

Een extra zorgpunt daarbij is dat onder Xi de economische groei niet alleen meer ‘op de pof’ is gekocht, maar vooral ook dat de kredietverlening in toenemende mate naar staatsbedrijven is gevloeid in plaats van naar het private bedrijfsleven. Dit is wellicht wel meer in lijn met de communistische leer, maar economisch gezien niet perse het meest rationeel. Staatsbedrijven zijn meestal niet de meest efficiënte ondernemingen, zoals ondermeer de ervaring van de Sovjet-Unie heeft geleerd. Sinds de eerste economische hervormingen onder Deng Xiaoping bijna 40 jaar geleden, biedt juist China het beste bewijs voor de stelling dat ook in een communistische samenleving de private sector meer kan bijdragen aan economische groei dan de overheid.

Het bewaren van het wankele evenwicht tussen een communistisch politiek systeem en een kapitalistische markteconomie is niet de enige uitdaging waar Xi voor staat. Daarnaast zal hij ook moeten proberen de samenstelling van de Chinese economische groei te veranderen: minder gericht op investeringen en meer gericht op consumentenbestedingen. Dat alles moet dan ook nog plaatsvinden in de context van een krimpende (beroeps-) bevolking, die mede te danken is aan het ‘1 kind beleid’, een van Mao’s vele rampzalige ingrepen in de Chinese maatschappij. Hoewel het er op lijkt dat Xi Jinping zich qua persoonlijk leiderschap het liefst spiegelt aan Mao, zou hij zeker op economisch vlak er beter aan doen meer een voorbeeld te nemen aan diens opvolger Deng Xiaoping.